Het Credo van de Scientology Kerk

HET CREDO VAN DE SCIENTOLOGY KERK

Het credo van de Scientology Kerk werd op 18 februari 1954, door L. Ron Hubbard in Los Angeles geschreven, kort na de oprichting van de Kerk.

Nadat L. Ron Hubbard dit credo had uitgegeven vanuit zijn kantoor in Phoenix, Arizona, werd het door de Scientology Kerk aangenomen als haar credo, omdat het beknopt uitdrukt wat scientologen geloven.

Wij van deze Kerk geloven

Dat alle mensen, van welk ras, welke huidskleur of welk geloof dan ook, met gelijke rechten werden geschapen.

Dat alle mensen het onvervreemdbare recht hebben hun eigen religie in praktijk te brengen.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben op hun eigen leven.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben op geestelijke gezondheid.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben op hun eigen verdediging.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben om hun eigen organisaties, kerken en overheden te vormen, te kiezen, te helpen en te ondersteunen.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben vrij te denken, vrij te spreken, vrij hun eigen mening op papier te zetten en tegen de mening van anderen in te gaan of erover te spreken of te schrijven.

Dat alle mensen een onvervreemdbaar recht hebben hun eigen soort te creëren.

Dat de zielen van mensen ook de rechten hebben van mensen.

Dat de studie van de geest en de genezing van mentaal veroorzaakte ziekten niet aan de religie mag worden onttrokken of op niet-religieuze gebieden mag worden gedoogd.

En dat geen instantie, minder dan God zelf, de macht heeft om deze rechten, openlijk of heimelijk, op te schorten of terzijde te schuiven.

En wij van deze Kerk geloven

Dat de Mens in wezen goed is.

Dat hij ernaar streeft om voort te bestaan.

Dat zijn voortbestaan afhangt van hemzelf en van zijn medemensen, en van het bereiken van broederschap met het universum.

En wij van deze Kerk geloven dat de wetten van God de mens verbieden:

Om zijn eigen soort te vernietigen.

Om de geestelijke gezondheid van een ander te vernietigen.

Om de ziel van een ander te vernietigen of tot slaaf te maken.

Om het voortbestaan van zijn kameraden of zijn groep te vernietigen of te verkleinen.

En wij van deze Kerk geloven

Dat de geest kan worden gered.

En dat de geest, als een opzichzelfstaande entiteit, het lichaam kan redden of genezen.